Tag Archives: Coma Pedrosa

Top Andorra bereikt!

De Mont Blanc is deze zomer niet gelukt, maar nu heb ik toch in één week twee Tops of Europe bereikt. Het benodigde jaargemiddelde is daarmee behaald.
Het gaat wel om twee mini-staatjes: op 24 oktober Monaco en op 28 oktober Andorra. Die laatste is wel een echte berg: Coma Pedrosa (2941 m). En in de late herfst klimmen is toch een beetje extra spannend. Hoe zijn de sneeuwcondities? Is de hut nog open? Hoe stabiel is het weer?

Wat sneeuw en weer betreft heb ik vet mazzel. De hele week stabiel zonnig en warm. Negen dagen lang strak blauwe luchten, wat wil je nog meer.
De sneeuwgrens lijkt bij nadering van de Pyreneeën op ongeveer 2500 m hoogte te liggen. Dat is mooi, want dan hoef ik in het dal niet door zachte sneeuw te baggeren. Op de kam zal de sneeuwdikte wel meevallen.

Ik overnacht in een goedkoop maar keurig hotelletje in Arinsal, aan de voet van de Coma Pedrosa. Geheel in stijl heet het hotel ook zo. De hotelbaas weet me, na overleg met de lokale VVV, te vertellen dat de Coma Pedrosa hut dicht is. Daar had ik wel op gerekend, en daarom mijn winterslaapzak en kookspulletjes meegenomen. In het Winterraum overnachten is ook wel weer eens leuk. Maar: de hotelbaas bezweert me dat deze hut geen winterruimte heeft! Ik vind dat moeilijk te geloven, maar moet er toch vanuit gaan dat hij gelijk heeft.
Dat betekent dat ik de beklimming in één dag moet doen, i.p.v. de anderhalve dag die ik gepland had. Hm, 1500 m op en neer. Normaliter geen probleem, maar deze zomer bleek mijn conditie zeer slecht te zijn, na de longontsteking in juni. Zou het nu beter gaan? Ik kan nu wel een veel lichtere rugzak meenemen.

De volgende dag ga ik tegen 7:00 uur op pad. Het is nog donker, maar tegen de tijd dat ik het karrenspoor verlaat en op de bospaadjes kom, is het licht genoeg. Ik stap flink door – lekker, zo’n lichte rugzak. Regelmatig staan er bomen in prachtige herfsttooi. Jammer dat dit dal zo lang in de schaduw blijft, door de laag staande zon.

Na twee uur ben ik al bij de Coma Pedrosa hut. Terwijl er 2:20 uur voor staat. Wauw, ik ga als een trein; 750 m stijgen in 2 uur is weer ouderwets. Wat een verschil met deze zomer.
De hut ligt 40 m boven de route, maar ik moet natuurlijk even kijken of er niet toch een Winterraum is….

En ja hoor, gewoon open. Zo zie je maar weer, je moet je eigen inzicht vertrouwen, en niet een lokale hotelbaas.

Ik laat wat overtollige bagage in de hut achter, en ga weer op pad. Er gaat een mooi pad omhoog; het ziet ernaar uit dat dit wat hoger aansluit op het normale pad. In mijn euforie over het goede verloop verzuim ik echter om op de kaart te checken of dit wel waar is… Als ik hoger ben en beter overzicht krijg, blijk ik helemaal verkeerd te zitten. Ik ben op weg naar de Portetta de Sanfons (2581 m). Ik had terug moeten gaan naar het pad door het dal, en pas later naar rechts omhoog (zie kaart, paarse lijn).

(Paarse route = gepland. Rode route = uitgevoerd)



Wat nu? Ik heb geen zin om weer af te dalen. Een nauwkeurige blik op de kaart leert dat er een route over de gehele kam loopt, via de Pic de Sanflons (2894 m), de Agulla de Baiau (2863 m) en de Pic de Baiau (2886 m), en daarvandaan naar de Coma Pedrosa. Dat ziet er interessant uit. Wel tijdrovender dan de normaalroute, maar ik lig vóór op het schema. Bovendien kan ik op drie punten naar het dal afdalen, als het te lang gaat duren. Vóór donker moet ik terug kunnen zijn.
Ik loop het risico de top vandaag niet te halen, maar ik heb nòg twee dagen, dus dan kom ik gewoon terug. Heerlijk toch, dat ik voor de planning geen rekening hoef te houden met het weer. Hartstikke stabiel voor de rest van de week.

Er blijkt een af en toe nauwelijks zichtbaar spoor te lopen. Maar het is goed te doen. Soms over de kam en soms onder de toppen langs. Dat laatste is nog het lastigste, omdat daar regelmatig sneeuwvelden liggen. Geen stevige Firn, maar slappe verse sneeuw. Soms maar een dun laagje op gras en stenen, dus uitglijgevaar. Voorzichtig elke stap testen alvorens hem te belasten. Kost een hoop tijd, maar ik loop hier helemaal alleen, dus voorzichtigheid is geboden.

Genieten, hoor, zo’n dag helemaal alleen in de bergen, zonder een mens te zien. Volledig op jezelf aangewezen, volstrekte stilte, puur natuur.

Aan de franse kant liggen een paar mooie meertjes: de Estanys de Baiau.

En onderaan de Coma Pedrosa het meertje Estany Negre. De normaalroute loopt over de kam links; die neem ik voor de afdaling.

Er zijn verder geen klimtechnische problemen onderweg, en om 13:45 uur sta ik in de Collada del Forat deis Malhiverns (2823 m), onderaan de topgraat. Mooie naam – iets van “het bos van de slechte winters” of zo?

Een blik terug op de gevolgde route over de kam. Net buiten de linker fotorand ben ik omhoog gekomen, en dan de kam helemaal gevolgd over de tussentop heen tot de pas rechts.

Nog ruim 100 m stijgen. Voor de zekerheid nog even de planning doorlopen, want ik kan zonodig hier vandaan makkelijk het dal in. Voor de normaalroute staat omhoog 4:30 uur, dus in de afdaling pakweg 3:30 uur. Dat betekent dat ik om 18:15 uur terug moet kunnen zijn. Dan begint het net te schemeren. Het wordt krap, maar het laatste stuk is een karrenspoor, en dat gaat met een koplampje best. Dus geen reden om nu de topbeklimming af te kappen.

Het laatste stukje is ook niet lastig, en 14:15 uur sta ik op de top van de Coma Pedrosa. Geen mooi topkruis, helaas, het is geen Oostenrijk. In het zonnetje zittend, geniet ik van een welverdiende lunch en het uitzicht rondom. Zeven uur in touw geweest, met weinig rust. Dit is wel het hoogste punt van Andorra, maar niet van de omgeving. De bergen verderop in Frankrijk zijn net wat hoger.

Blik naar het dorp Arinsal in het dal.

Laat ik eens een sms-je versturen naar een paar vrienden, om de topbeklimming te melden. Wat, geen bereik? Op de top, met dit wijde zicht? Dat is ongewoon. Hm, dat betekent dat ik ook geen hulp kan inroepen als er iets mis gaat. Extra reden om voorzichtig af te dalen.

De normaalroute is iets makkelijker dan mijn stijgroute, en er zijn meer en duidelijker sporen. Maar veel sneller gaat het niet, vanwege mijn zwakke knieën. Iedere stap moet ik opvangen met de stokken. De hut lijkt nog erg ver weg (bij het meertje).

Het duurt en duurt, en de schaduwen worden steeds langer. De vermoeidheid gaat opspelen. Hopelijk komt er straks een pad waarop ik vlotter kan doorstappen…

Het dalletje is prachtig. Maar het pad wordt niet minder stenig, dus het tempo blijft laag.
Van hier kan ik het paadje door het bos zien dat ik op de heenweg had moeten nemen.
Om 17:00 uur ben ik weer bij de hut, om mijn achtergelaten spulletjes op te halen. Nog even kijken of ik niet over een bordje heengekeken heb. Nee hoor, er staat alleen een bordje naar de Sanfons, niet naar de Coma Pedrosa. En het goede paadje is hier vandaan nauwelijks te herkennen.

Wat een stom gedoe van die lokalen hier. Vanaf de Coma Pedrosa hut wijzen ze niet eens de weg naar de Coma Pedrosa! Ik loop inwendig flink te mopperen, maar natuurlijk vooral op mezelf. Niet op de kaart kijken is een beginnersfout (die ik helaas wel vaker maak…).

Het stenige pad door het bos naar het dorp begint steeds meer op een helse tocht te lijken. Nog steeds moet ik elke stap opvangen met de stokken. Het begint te schemeren, en ik krijg pijn in mijn rug. Ik ben nu 11 uur in touw, veel langer dan verwacht. Veel druivensuiker houdt me op de been.
Eindelijk bereik ik, bij invallende schemer, het karrenspoor waar ik de benen kan laten zwaaien. Nu zal het sneller kunnen; nog een half uurtje naar het dorp? Nog een druivensuikertje en een slok water, en dan snel door. Oh shit, wat overkomt me nu? Begint mijn maag opeens pijn te doen. Druivensuiker werkt toch niet op de maagwand? Er zit niets anders op dan het tempo weer te laten zakken.
Zo strompel ik uiteindelijk om 19:00 uur het dorp in. Gelukkig staan daar een paar mensen te praten, en een jonge vrouw ziet dat ik het moeilijk heb. Ze biedt me een lift aan naar het hotel. Dat scheelt toch mooi 2 km. strompelen. Zodra ik in de auto zit, zakt de maagpijn weg. Blijkbaar was dit weer een nieuwe manier van mijn lichaam om te protesteren tegen overbelasting.

De ontvangst in het hotel is vriendelijk, maar niet opgelucht. De baas heeft zich er duidelijk géén zorgen over gemaakt dat ik niet voor donker terug was. Ach, dat hebben we wel vaker meegemaakt. Voor je gevoel beleef je een heroïsch avontuur in de bergen, maar in het dorp gaat het leven gewoon zijn achteloze gang.

‘s Avonds knap ik al weer snel op. “Doodgaan” bij een afdaling is toch anders dan bij een klim; deze zomer was ik na 6 uur afzien dieper kapot dan nu na 12 uur inspanning. Toen had ik er de volgende dagen nog last van, nu niet. Maar ik neem wel een lekkere rustdag, met een boekje op een bankje in de zon. Met veel fruitsap en drinkyoghurt, want mijn lijf schreeuwt daarom. Dat dan weer wel.