Tag Archives: Zugspitze

Zugspitze bereikt!

Op 10 augustus is het gelukt om de Zugspitze (Duitsland, 2963 m) te beklimmen.
Midden in een zwaar verregende vakantieperiode waren er twee dagen mooi weer. Precies genoeg om vanuit Bezau (Oostenrijk), waar ons parapente-clubje op vliegweer zat te wachten, even heen en weer te gaan naar Garmisch-Partenkirchen. Leve mobiel internet, trouwens. Zo kun je ook op de camping de weerberichten van elders checken.

Garmisch-Partenkirchen ligt aan de voet van het Wettersteingebergte, waar de Zugspitze deel van uitmaakt.
De aanloop gaat door de Höllenklamm, een kloof die veel toeristen trekt.

Door de vele regen van de afgelopen dagen komt er véél water langs de kloofwanden naar beneden. Af en toe loop je onder watervalletjes door of er doorheen. Ondanks dat het na een week regen eindelijk een droge dag is, wordt ik daarom toch nat.

Het is maar een paar uur naar de Höllentalangerhütte (1379 m).

Een gezellige, klassieke berghut, maar wel èrg druk. Dat krijg je op de eerste mooie dag na een week regen. Bovendien is de hut makkelijk bereikbaar en aantrekkelijk voor gezinnen, dus er zijn veel (rumoerige, soms vervelende) kinderen. Die Beierse hoempa-muziek gaat me op een gegeven moment ook tegenstaan…
Het terras wordt professioneel gerund, met draadloos verzenden van de bestellingen, maar er gaat toch regelmatig wat mis. Komisch om de chef telkens wanhopig rond te zien lopen: ‘Wer hat die Erbsensuppe bestellt???”

Tegen zonsondergang wordt het wat rustiger, en kunnen we van omgeving genieten. De Wetterstein is geen hoog gebergte, maar vanuit dit smalle dal zijn de steile kalkrotswanden toch imposant. Het heeft wel wat van de Dolomieten. Jammer dat de top van de Zugspitze zich de hele dag verstopt in een wolk.

De volgende morgen om 6:00 uur op. Vroeger heeft geen zin, want we hoeven maar een kort stukje gletscher over, aan het begin van de route. En vanaf de top gaat het met een kabelbaan omlaag, dus er is geen risiko om laat af te moeten dalen.

De zonsopgang gooit prachtige kleuren op de rotswanden. Wel hangt er nog steeds een wolk om de top, maar ik heb goede hoop dat die wel wegtrekt.

Ondanks dat er zo’n 25 mensen dezelfde beklimming gaan doen, loop ik het eerste deel lekker alleen. De groepjes lopen ver uit elkaar. Na een halfuurtje kom ik aan het eind van het dal, en het begin van de eerste Kletterstieg: het Brett.

Voor vandaag staat zo’n 1600 m hoogteverschil voor de boeg, waarvan de helft via een Klettersteig. Voor een complete routebeschrijving: zie Duitsland, Zugspitze (2963 m).
De route is uitstekend gezekerd, met stevig bevestigde staalkabels. Met mijn nieuwe Klettersteigset (eindelijk maar eens een echte aangeschaft) klim ik soepel langs de bijna loodrechte wanden. Het netjes omhangen van de karabiners bij de vele bevestigingspunten kost wel veel tijd, maar op deze steile wand neem ik geen risiko.
Het liefst klim ik zonder het staalwerk te gebruiken, op de treetjes en grepen die de rots zelf biedt, maar soms zijn de hulpmiddelen onmisbaar, zoals hier.

Omdat niemand zo dwaas is om deze route af te dalen, is het praktisch eenrichtingsverkeer. Daardoor is er geen gedrang met tegenliggers, heerlijk. De klimsnelheid van de groepjes loopt ook weinig uiteen, dus als je je tempo een beetje aanpast kun je lekker in één ritme doorklimmen.
Aan het eind van het Brett komt het gletschertje in zicht. Eerst nog een wandelingetje, en dan de stijgijzers aan en over de gletscher heen de bocht om.

Daar levert de randspleet nog even een barrière op, maar dan gaat het ook meteen de Klettersteig “Leiter” in. Die loopt helemaal tot aan de top.

Deze route is een genot om te klimmen. Grotendeels hoef je de kabel niet te gebruiken voor de voortbeweging, alleen als zekering. Echt klimmen gaat wel wat langzamer, maar is veel leuker.
Halverwege komt er een wolk opzetten, maar die waait gelukkig snel weer voorbij. Door de steilte van de wand houd je het dal en de gletscher lang in het zicht, zodat je een goed gevoel van het afgelegde hoogteverschil krijgt.

Aan het eind van de wand kom ik op de graat, met uitzicht op de Eibsee aan de andere kant. Wat een kleuren!

Vanaf de graat heb je een prachtig overzicht over de afgelegde route, met de hut rechts in de diepte.

Nog een klein stukje tot de top. Ik steek mijn hoofd over de topgraat, en krijg de schrik van mijn leven: 1000 ogen kijken me aan, vanaf het terras van 20-30 m afstand. Ik wist dat het een gekkenhuis is daarboven, maar dat het zó dicht bij de top zou zijn…

Van het terras kun je snel op de top komen, maar wel via de staalkabelroute. Dus het is een gedrang van jewelste, met heen-en-weer gaand verkeer. Het plezier van de klim is nu wel geheel voorbij. Het moest verboden worden, om hier met sportschoentjes omhoog te komen. Alleen alpinisten verdienen het deze top te betreden. Dit is ònze biotoop.
Er staat trouwens wel een vreselijk kitscherig topkruis op. Dat is dan weer minder des bergbeklimmers. Hoewel, het is wel Beieren…

Nou ja, toch maar even een topfoto van elkaar maken, en een brede smile opzetten. Waarom staan die helmpjes trouwens altijd scheef?

En dan het circus in. Er zijn hier drie kabelbaanstations, een observatorium, een berghut en diverse restaurants en kiosken. Toch wel lekker om op de top een biertje en een kop soep te kunnen nuttigen. En een truttig Beiers souvenirtje te kopen.
Na enig zoeken vind ik de terugweg: met een kabelbaantje omlaag naar een (ander) gletschertje, en dan met de trein dwars door de berg heen naar Garmisch afdalen. Dat duurt al met al ook nog een paar uur :(
Om 16:00 uur ben ik terug in het dal, en dan is het nog een paar uurtjes rijden terug naar Bezau. Het was een mooie tocht, ook om alleen te doen, maar het is goed om mijn vrienden weer terug te zien.